Erkenningen door de overheid van elektrogevoeligheid

Erkenningen door de overheid van elektrogevoeligheid

Het Europees Parlement nam op 2 april 2009 een resolutie aan over gezondheidsrisico’s in verband met elektromagnetische velden, met 566 stemmen voor. Zij verzoekt daarin (punt 28) de lidstaten het voorbeeld van Zweden te volgen en mensen die lijden aan elektromagnetische overgevoeligheid, te erkennen als personen met een handicap, zodat zij passende bescherming en gelijke kansen krijgen.

De Raad van Europa publiceerde op 6 mei 2011 een rapport over de mogelijke gevaren en milieu-effecten van elektromagnetische velden. De commissie wil dat speciale maatregelen getroffen worden om elektrogevoelige personen te beschermen, onder meer door het instellen van ”witte (stralingsvrije) zones”.

Noorwegen voegt ‘electromagnetic intolerance’ toe aan WHO ICD-10 lijst van beroepsgerelateerde aandoeningen.

Officiele stellingname Nederlandse overheid

Volgens de Commissie Elektromagnetische Velden van de Nederlandse Gezondheidsraad is er tot op heden geen consistent bewijs van gezondheidsproblemen door blootstelling aan radiofrequente velden in de woon-/werkomgeving. “Niet de daadwerkelijke straling van onder meer mobiele telefoons en draadloze computernetwerken maar de angst en veronderstelling eraan te worden blootgesteld leidt tot gezondheidsklachten.” Elektrogevoeligheid wordt in die optiek voornamelijk als een psychogene of psychosomatische klacht gezien.

Als argumentatie wordt vaak aangevoerd dat diverse ‘provocatieonderzoeken’ mislukt zijn. De meeste mensen kunnen niet meteen blind zeggen of een antenne uit of aan staat. Het is echter de vraag of dit wel relevant is. De tijdsduur van veel provocatieonderzoeken is meestal te kort, want de gezondheidseffecten spelen zich op langere termijn af of de reactie is vertraagd. Vaak wordt maar een specifiek type straling gebruikt. Echter, waarvoor men overgevoelig is, is per persoon verschillend en afhankelijk van de belasting in het verleden. Het opbouwen van een overgevoeligheid voor een nieuwe stimulus kan maanden tot jaren duren.

Uit het bekende provocatieonderzoek van TNO naar effecten van UMTS-straling op het welbevinden van mensen kwamen overigens wel degelijk significante resultaten. De auteur van de TNO-studie, prof. Zwamborn, is inmiddels lid van de Gezondheidsraad en staat nog altijd achter het resultaat, getuige zijn statement in het boek Elektrostress & Gezondheid van prof. Michiel Haas (TU Delft).

Deel dit bericht